Gemiddeld wordt er per inwoners teveel restafval weggegooid. Vaak zit in dat restafval materiaal dat via een andere inzamelstroom (scheiding) afgevoerd had moeten worden, denk aan papier, glas of etensresten. Restafval wordt vaak verbrand en dat is een duur proces, het scheiden van materialen kan zorgen voor hergebruik en kostenbesparing. Waarom mensen hun afval onvoldoende scheiden is lastig vast te stellen, mogelijk dat motivatie een rol speelt. In het eerste deel van het jaar deed de gemeente een proef om etensresten uit het restafval te krijgen en juist bij het GFT afval. Die proef is gedeeltelijk geslaagd.
In zes (hoogbouw) appartementencomplexen is de proef uitgevoerd. Hierbij zijn drie verschillende vormen van afvoer van etensresten getest. Bij twee complexen werd in een inpandige containerruimte een minicontainer met een biofilterdeksel geplaatst. Bij twee andere complexen werd buiten het pand een zogenaamde GFT+E cocon geplaatst en bij twee complexen een gekoelde container.
Tijdens de testperiode van 6 maanden werd er 5200 kilo GFT+E opgehaald, wat neerkomt op 44 kilogram per huishouden op jaarbasis. Dit is een redelijke score, want in andere steden ligt dit tussen de 30 en 50 kg. Een betere indicatie is de hoeveelheid GFE (dus geen tuinafval) in het restafval, dat daalde voor de complexen van 45% naar 36%.
Na afloop van de pilot kregen de deelnemende bewoners een vragenlijst. Hieruit blijkt dat 65% beter de etensresten scheidde en 35% niet. Het vraagt wel van bewoners om regelmatig naar de container te lopen, want de afvalbakjes in de keuken zouden na verloop van tijd kunnen gaan stinken. De meeste bewoners lopen niet dagelijks naar de container.
De inpandige containers met biodeksel zou de stankoverlast moeten tegengaan, maar de bewoners waren verdeeld over die functionaliteit. Dat geldt ook voor het gebruik van de gekoelde containers (ook om stankoverlast tegen te gaan), nog afgezien van het stroomverbruik. De bewoners die gebruik maakten van een container buiten het pand waren wel tevreden.
Voor het inzamelen van afval heeft een container buiten het pand de voorkeur, maar uit de proef lijkt wel naar voren te komen dat een inpandige container wel leidt tot een betere scheiding. Wel vinden bewoners een inpandige containerruimte een onaangename ruimte. De resultaten geven de gemeente genoeg reden om te kijken hoe de scheiding van etensresten beter kan. De complexen die meededen behouden voorlopig hun voorziening, al was het maar dat dit bijdraagt tot een betere motivatie om de etensresten te scheiden.
De proef heeft € 18.000 gekost aan materiaal, communicatie, scheiding en meten van het afval. Ook een andere afvalstroom vraag om aandacht. Het gaat hier om de PBD-stroom (Plastic, Blik en Drankkartons). Hiervoor kunnen mensen terecht bij de oranje containers. In praktijk blijkt in deze afvalstroom teveel materiaal voor te komen wat er niet in thuishoort waardoor het niet meer geschikt om te recyclen en alsnog verbrand moet worden. De gemeente wil daarom op termijn de oranje ondergrondse containers uitfaseren, maar dan moet er wel een alternatief komen.