Participatie burgers vraagt om andere aanpak
05-Jan-2026 21:49

Leestijd 6 minuten

woordenmap-participatie.jpg title =
Participatie is niet een duidelijk begrip. Gevraagd naar wat de deelnemers van het burgerberaad zien als invulling kwamen diverse termen naar voren.
Fotograaf: Alfred Heeroma (uitsnede) - Bron: Rapport aanbevelingen tweede burgerberaad

Vorig jaar vond voor de tweede keer een burgerberaad plaats. De vraag hierbij was hoe de participatie van burgers beter kan. Participatie is een (container)begrip dat staat voor invloed van burgers op het beleid. Als burgers al participeren dan is er vaak sprake van teleurstelling omdat er bijvoorbeeld het gevoel is dat er niet naar hun wordt geluisterd (de uitkomst van overleg is anders dan burger had verwacht) of omdat ambtenaren en burgers een andere taal spreken. 115 burgers gingen aan de slag om aanbevelingen te doen en dat leverde een rapport op met acht hoofdonderwerpen met in totaal 24 aanbevelingen. De gemeente moet en wil daar iets mee, maar het is aan de gemeenteraad om daar een oordeel over te vellen.

Participatie gaat niet veel doen aan polarisatie, maar veel zaken worden wel complexer en voor de aanpak is een bijdrage van burgers nuttig en soms zelfs noodzakelijk. Burgers komen nu al met eigen initiatieven. Het gaat om het betrekken van burgers bij processen.

Er is een document opgesteld waarin beschreven wordt welke mogelijkheden er zijn. Dit wordt voorgelegd aan de gemeenteraad. Maandagavond was tijdens Informeren & Ontmoeten een eerste ronde.

Het burgerberaad zelf is al een goed voorbeeld hoe men kan samenwerken. Er was een grote diversiteit van de deelnemers en aanvankelijk leek het niet op dat er een gedragen advies zou worden uitgebracht. Deelnemer Marion gaf aan er aanvankelijk geen vertrouwen in te hebben, maar uiteindelijk was ze tevreden over het resultaat. Je moet niet kijken naar de verschillen maar zoeken naar de overeenkomsten.
Er bleek dat veel burgers geen goed beeld hebben van hoe het bestuur van de stad werkt (het democratisch proces) en wat ambtenaren doen. Er moet meer van buiten (burgers) naar binnen (bestuur en ambtenaren) gewerkt worden.

Rinie Mees (LHR) vroeg of de aanbevelingen ook invloed zouden moeten hebben op een toekomstig coalitieakkoord. Als antwoord kwam dat dit een interessante benadering en nog een onontgonnen gebied is. Dat geldt ook dat representatieve democratie ruimte moet bieden voor participerende democratie.

Om de aanbevelingen een opvolging te geven, vraagt dit niet alleen om een aanpassing van ambtelijke organisatie, maar ook van burgers. Burgers moeten meer vertrouwen en respect krijgen in de ambtelijke organisatie, maar dan moet de ambtelijke organisatie daar wel aanleiding voor geven. Daarom wil het college komen met een participatieverordening waarin duidelijke principes staan beschreven die moeten leiden tot een betere samenwerking tussen burgers en organisatie, maar ook hoe dat in de praktijk moet gaan werken.

Het burgerberaad geeft in haar aanbevelingen aan dat burgers en ambtenaren niet tegenover elkaar (wij/zij) moeten staan, maar samen (we) er iets van moeten maken. Dat vraagt om een cultuurverandering waarbij zaken slimmer, eerlijker en effectiever worden georganiseerd. Dat moet dan van toepassing worden op nieuwe projecten, zaken die al lopen worden niet over gedaan volgens de nieuwe principes.

Voor de gemeente is vooral aanbeveling 7 – Terugwinnen van vertrouwen - een startpunt. Hierin wordt aangegeven dat burgers moeten merken dat hun meedenken invloed heeft en dat gemeente transparant moet zijn. Persoonlijk contact met burgers is hierbij belangrijk zodat er samen gewerkt wordt aan een visie op inhoudelijke thema's. De gemeente kan hierbij gebruik maken van ervaringen met de omgevingsdialoog. Hierbij heeft de gemeente verschillende werkwijzen toegepast bij meerdere projecten. Hierbij speelt dat de gemeenteraad het college een opdracht meegeeft (bijvoorbeeld vergroenen van openbare ruimte) en de burger daar dan iets van vindt wat daar strijdig mee is. Het is dan niet zo dat burgers maar alles kan vragen en dat gemeente het dan uitvoert, maar dan is een goede uitleg waar de grenzen liggen noodzakelijk.

Binnen de ambtelijk organisatie is het nu zo dat de ambtenaren het initiatief nemen in een project en participatie nog te veel een bijzaak is. Als participatie een wezenlijk onderdeel moet worden van het proces, dan vraagt dat om een cultuuromslag binnen de ambtelijke organisatie. De gemeenteraad moet ambtenaren dan wel de ruimte geven om een dergelijke cultuurverandering door te voeren. Dit kan ook financiële consequenties hebben. Zelfs na een dergelijke verandering is er nog geen garantie dat burgers dan ook meer betrokken zullen raken. Immers niet alle burgers zullen spontaan een stap naar voren doen en blijft het dat de burgers met de luidste stem of die maatschappelijk actief zijn te horen zullen zijn in de participatie.

Daarbij speelt ook dat burgers niet een uniforme groep zijn. De gemeente probeert jongeren via en jongerenambassadeurs en kinderparlement te bereiken, maar zo zijn er meer groepen in de samenleving te onderscheiden. De gemeente wil in de participatieverordening een kompas opnemen met acht principes:
- Bereikbaar zijn: iedereen moet ongeacht achtergrond mee kunnen doen
- De mens staat centraal: persoonlijk contact en heldere en begrijpelijke taal
- Iedereen telt mee: ook mensen met een zachte stem moeten mee kunnen doen
- Open en duidelijk: gemeente laat zien hoe ze werken en wat de grenzen zijn
- Vertrouwen opbouwen: doen wat gezegd wordt, luisteren, eerlijk zijn en burgers serieus nemen
- Samen leren: leren van eerdere ervaringen
- Samen sterk: gebruik maken van bestaande netwerken en elkaar leren kennen
- Ruimte voor initiatief: ruimte bieden aan burgerinitiatieven.

De gemeente maakt nu al gebruik van verschillende manieren om burgers te betrekken. Zo kunnen burgers een mening geven tijdens Informeren & en Ontmoeten, deelnemen aan de omgevingsdialoog, zienswijzen indienen als er voorstellen klaar zijn, deelnemen aan inwonerspanel (enquêtes van de gemeente over bepaalde onderwerpen), bestuurs- en wijkraden en jongeren ambassadeurs/kinderparlement.

Ambtenaren zou bij een project vooraf duidelijk moeten maken hoe burgers kunnen participeren. Mocht dat niet naar wens van burgers zijn, dan is er nu al het uitdaagrecht. Dat gaat over zaken waar de gemeente een verantwoordelijkheid neemt, maar waarvan burgers vinden dat het niet de verantwoordelijkheid is van de gemeente of dat burgers menen het zelf slimmer, beter, goedkoper of anders te kunnen doen. Den Bosch heeft daar (als een van de weinige gemeenten in Nederland) een subsidieregeling voor.

Het proces van aanpassing van de participatie is een meerjarig proces waarbij men moet leren van ervaringen. Hierbij wil men komen tot een BOSCH-model (Bedienen, Onderscheiden, Stimuleren, Creëren en Handelen).

Vanuit het burgerberaad is er een groep mensen die langdurig zal volgen of en wat er met de aanbevelingen wordt gedaan. In ieder geval is het een onderwerp dat in de commissie Bestuur op 15 januari op de agenda staat om daarna op 27 januari te worden besproken in de gemeenteraad.

Auteur: Alfred Heeroma

165 keer werd dit bericht gelezen

Documenten:

Het tweede Bossche burgerberaad
Samen maken we 's-Hertogenbosch sterker




Den Bosch Politiek | Participatie burgers vraagt om andere aanpak