Discussie over gewasbestrijdingsmiddelen duurt voort
13-Jan-2026 14:04

Leestijd 6 minuten

Lelie.jpg title =
Bij de lelieteelt wordt veel gebruik gemaakt van gewasbestrijdingsmiddelen.
Fotograaf: J. Henning - Bron: Pixabay

In de landbouw wordt gebruik gemaakt van gewasbestrijdingsmiddelen om te voorkomen dat planten minder goed groeien of zelfs sterven door ziekmakende parasieten, insecten of andersoortige bedreigingen. De hoeveelheid middelen die gebruikt wordt is afhankelijk van het type verbouwde gewas. Bij groente en fruit wordt minder gebruik gemaakt van deze middelen dan bij sierteelt. In juni vorig jaar is in de gemeenteraad een motie aangenomen om paal en perk te stellen aan de sierteelt in Den Bosch, maar het college ziet problemen bij de uitvoer van deze motie.

Regelgeving omtrent het gebruik van de middelen moet komen de Rijksoverheid, want die is de wetgevende macht in Nederland. Om te komen tot een inperking of een verbod, moet er een juridische onderbouwing zijn. Het probleem is dat de wetenschap wel sterke aanwijzing heeft dat de gebruikte middelen schadelijk zijn voor gezondheid en milieu, maar daarvoor nog geen onomstreden bewijs heeft. Dan kan een verbod alleen op basis van een voorzorgsprincipe, maar daarvoor is (nog) niet gekozen.

Er spelen hierbij twee zaken. Het contact tussen mensen en product (bij sierteelt gaat het niet om voedsel) dat kan leiden tot ziekten, is een van de redenen om te komen tot een inperking of een verbod. Een tweede is dat de middelen in het milieu komen en daar schade veroorzaken als men in contact komt met deze middelen. Er zijn sterke aanwijzingen dat gewasbestrijdingsmiddelen een rol spelen bij neurodegeneratieve ziekten zoals Parkinson.

Wat betreft regulering van de omgeving (milieu) is de provincie de verantwoordelijke overheid. De gemeente is verantwoordelijk voor het afgeven van vergunningen binnen de Omgevingswet. Voorwaarden aan een vergunning kan een gemeente alleen doen op basis van wettelijke kaders. Een andere mogelijkheid is om bijvoorbeeld sierteelt niet als onderdeel te maken van een omgevingsplan. Een verbod op basis van huidige regels is niet mogelijk. Wel zou door het aanpassen van omgevingsplannen de sierteelt onmogelijk gemaakt kunnen worden. Het college noemt dit een uitsterfbeleid, maar een verbod binnen de huidige kaders is niet mogelijk.
Een ander argument is dat bestrijdingsmiddelen in het oppervlaktewater komen. Daarmee is het nu al slecht gesteld en de gemeente moet moeite doen om deze waterkwaliteit te verbeteren.

Het college wijst erop dat verschillende overheden (provincie, Rijk en Europa) betrokken zijn bij regelgeving danwel toelating van de middelen tot de markt en dat zij daar geen invloed op heeft. Tot nu toe heeft geen van deze overheden maatregelen genomen om te komen tot een verbod of inperking van deze middelen. Wel zijn diverse overheden in discussie over dit onderwerp.

Een andere optie is dat burgers een rechtszaak aanspannen tegen het gebruik van deze middelen in bijvoorbeeld de sierteelt. Vorig jaar juli vorig jaar deed een rechter uitspraak dat ze vond dat de toelatingsinstantie Ctbg te weinig onderzoek deed naar deze middelen en het voorzorgsprincipe van toepassing is. De rechter gaf aan dat een teler een zorgplicht heeft ten aanzien van de omwonenden. Om een middel toe te laten tot de markt moet de toelatingsinstantie onderzoek doen naar de (on)schadelijkheid van dit middel. De rechter geeft aan dat dit onvoldoende is gebeurd. Er is geen risicobeoordeling gedaan en dat had volgens de rechter wel moeten gebeuren. Daarom gaf de rechter een tijdelijk verbod op voor een lelieteler in Maasbree (Limburg) om de bestrijdingsmiddelen te gebruiken.

Het College van B en W vroeg de commissie Bedrijvigheid hoe ze tegenover het toepassen van het voorzorgsprincipe staat en ook bereid is om eventuele schadeclaims te vergoeden. Dit is alleen van toepassing als er sprake is van onvoorziene omstandigheden. Zo is het uitbreiden van de sierteelt met beleid te beperken (is voorzienbaar), maar bestaande toestemming inperken kan als ondernemer als onvoorzien beschouwd worden en leiden tot planschade (eenmalig) of nadeelschade (langdurig).

De discussie die ontstond ging over de controverse tussen (lokale) gezondheid en de vrijheid van ondernemen. Bovendien worden de middelen niet alleen binnen de sierteelt gebruikt, maar ook bijvoorbeeld de fruitteelt. Wel wordt het gebruik van de hoeveelheid middelen door moderne technieken al beperkt, maar vermindering betekent nog steeds dat er middelen in de omgeving kunnen komen. Ook wordt er steeds vaker gebruik gemaakt minder schadelijke stoffen. Er werd ook opgemerkt dat het lokaal verbieden van teelt kan leiden tot verplaatsen naar een buurgemeente en de vraag is of dat wenselijk is.

Een zogenaamde pauzeknop is een optie. Dit wil zeggen dat er geen uitbreiding van sierteelt wordt toegestaan.
In de praktijk wordt op een veld een tot maximaal drie jaar bollen gekweekt en vervolgens naar een ander veld gaat. Daarmee verplaatst het probleem zich telkens en dat zal dan kunnen leiden protesten van de omgeving. Er werd echter opgemerkt dat er alleen planschade kan zijn als er al bollen de grond in zijn gegaan, niet als dit nog niet is gebeurd, er kan immers ook iets anders op een veld gekweekt worden. Dat is volgens wethouder Geers niet waar.

In de motie is ook sprake van een veiligheidszone. Dit wil zeggen dat tussen een veld en bewoning minimaal 250 meter moet zitten. Hierover waren tegenstrijdige meningen en er werd er verwezen naar maatregelen van hogere overheden. Vaak is de sierteelt er ineens en krijgen bewoners geen mogelijkheid om hier iets van te vinden, maar als tegenargument geldt dat dit voor andere teelt ook niet is.

Volgens wethouder Roy Geers heeft het uitvoeren van de motie gevolgen voor de kosten van het handhaven van het besluit. Zo zouden er monsters genomen moeten worden om aan te tonen dat er bepaalde grenzen van vervuiling al dan niet zijn overschreden. Ook gaf hij aan dat er volgens de gemeentelijke en externe juristen wel degelijk een nadeelcompensatie nodig is als er beperkingen aan agrariërs worden opgelegd, dat geldt zowel om de zonering als het inperken van het gebruik van de grond. Volgens hem is er nu slechts een potje van € 15.000 per jaar voor planschade terwijl in dit geval schade kan optreden die in de miljoenen kan lopen. Hoewel het college bevoegd is om een voorbereidingsbesluit te nemen, zijn de financiële consequenties iets waar de gemeenteraad budget beschikbaar voor moet stellen.

Wel gaf hij aan dat je kan aankondigen dat je een voorbereidingsbesluit gaat nemen, maar dan is het daadwerkelijk invoeren daarvan een proces van jaren. Het moet dan gelden voor het hele buitengebied en niet voor een specifiek gebied. Een tijdelijk planologisch verbod kan hooguit voor anderhalf jaar genomen en niet worden verlengd en moet dan in een omgevingsplan worden opgenomen.

Het beschermen van de gezondheid kan ook financieel voordeel opleveren, maar dat is lastig in budget te verantwoorden. De RIVM is bezig met een onderzoek, maar daar kunnen nu nog geen rechten aan worden ontleend. Burgers die nu gezondheidsschade hebben, kunnen nergens terecht, maar volgens Geers moet de Rijksoverheid hier kaders voor scheppen zoals bij Q-koorts. Geers wil hiervoor wel bij hogere overheden aandacht vragen. Het gaat dan om het gebruik van de middelen en niet om de teelt op zich.

De wethouder gaf aan de gemeenteraad een brief te sturen waarin de liggende vragen en situaties zoveel mogelijk verduidelijkt zullen worden.

Auteur: Alfred Heeroma

168 keer werd dit bericht gelezen






Den Bosch Politiek | Discussie over gewasbestrijdingsmiddelen duurt voort